Stop er toch mee, het lukt zo niet meer. Het is al vaker in me opgekomen. Afgewisseld met Het gaat goed en ik voel me goed! Om maar te zeggen dat de laatste weken er waren met ups en downs. Maar die dalletjes kom ik steeds beter door: ik voel dat ik stilaan aan het veranderen ben.

De downs zijn altijd te wijten aan drukke periodes op het werk. De week voor de Krokusvakantie is als lerares een piekmoment: examens afnemen, heel veel verbeterwerk en oudercontacten. En drukte betekent stress en weinig tijd. Een slechte combinatie. Want zo heb ik minder tijd om gezonde maaltijden en tussendoortjes te bereiden. En de stress schudt de emo-eter in mij wakker.

Ups, omdat ik voel dat het steeds makkelijker is om neen te zeggen. Een tijdje geleden gingen we ontbijten met de familie. Zo’n rijkgevulde tafel had ik vroeger niet kunnen weerstaan. Nu heb ik mezelf één koffiekoek gegund. Meer niet. Hetzelfde in de lerarenkamer. Ik had verwacht dat het moeilijker ging zijn om daar de zoete verleidingen links te laten liggen.

“Aanmoedigingen zijn leuk. Maar ik heb vooral nood aan woorden die me scherp houden.”

Ik zeg niet dat ik er altijd vanaf kan blijven. Soms geef ik nog toe aan de verleiding. Maar het is geen constante strijd meer met mezelf. Toen ik aan mijn goede voornemen begon, heb ik alle zakken chips thuis weggesmeten. Behalve eentje. Wel, dat zakje ligt hier nog altijd onaangeroerd. Ik merk dus dat mijn wilskracht toeneemt.

Mijn eetdagboek helpt me om vol te houden. En het feit dat ik niet radicaal ben gaan diëten. Ik gun mezelf af en toe nog iets. Dat maakt het makkelijker. Ook sporten speelt een belangrijke rol. Komaan Hadewijch, je hebt nu net gesport. Als je nu gaat snoepen, is dat voor niets geweest. Routine daarin is voor mij superbelangrijk: ik heb vaste sportdagen. Want ook al voel ik me steeds energieker, soms haalt mijn uitstelgedrag het van mijn goede voornemen. Door die routine in te bouwen, zet ik dat uitstelgedrag buitenspel. Want ik moet me soms echt opladen om te gaan. Andere keren heb ik echt zin om te gaan. Da’s toch al een positieve evolutie.

“Ik wil wel veranderen, maar het mag geen obsessie worden.”

Helpt me ook volhouden: de steun die ik krijg. Collega’s spreken me nog altijd aan op mijn goede voornemen. Vrienden vragen hoe het gaat. En stellen spontaan gezonde recepten en nieuwe oefeningen voor. Ik heb ook een goede mix van supporters. Mijn mama benadrukt het positieve: Goed bezig, Hadewijch. Kijk eens hoe ver je al staat. Terwijl mijn vriend mij scherp houdt als ik even verzwak: Héla, je bent wel dat engagement aangegaan, hé. Doorzetten! En als ik eerlijk moet zijn: ook al is het eerste fijner om te horen, ik heb vooral nood aan dat laatste. Iemand die me tijdens de dalletjes weer de juiste richting uitstuurt.

Al denk ik vooral dat ik die dalletjes zal moeten aanvaarden. Ze horen erbij. En doen niet af aan het grotere plaatje: dat de verandering is ingezet. Ik heb veranderingen aangebracht in mijn eetgewoontes én ik beweeg meer dan vroeger. Dat was mijn doel. Ook al ben ik vorige week drie kilo kwijtgeraakt – ik staar me er niet blind op. Ik wil niet dat dit goede voornemen een obsessie wordt. Ik wil niet dat ik er elke minuut aan moet denken.

Ik wil wél dat deze nieuwe routines vanzelfsprekend worden. Ik kijk echt uit naar dat moment dat ik gezond kan eten zonder dat het mij moeite kost. Zonder dat ik constant moet denken: gezond of niet gezond? En dat die drie keer sporten een gewoonte zijn geworden. Dát is het doel waar ik naartoe werk. Volhouden nu!

Tot binnenkort!