Mijn coach adviseerde me om niet meteen alles om te gooien. Ik moet niet alles skippen, ik mag mezelf gerust nog eens iets gunnen. 80% gezond, 20% wat minder gezond, da’s onze afspraak. Af en toe een frietje kan, maar daar moet het dan ook bij blijven.

Ik probeer nu kleine veranderingen door te voeren. Ik ben nog niet zo lang geleden gaan samenwonen met mijn lief, dus we zijn vanaf nu baas in eigen keuken. Dat komt goed uit: het perfecte moment om van alles uit te proberen. En te experimenteren met gezondere alternatieven.

“Stressmomenten blijven een uitdaging. Iets in mij zegt dat ik dat wafeltje echt nodig heb om door die stress te geraken.”

Het ene moment lukt het me beter dan verwacht. Andere momenten loopt het moeilijker. Dan kom ik thuis van school en heb ik zo’n grote honger… Als er dan nog een soepje in de koelkast staat, maak ik dat klaar. Maar als er niets is, dan hangt het er vanaf hoeveel energie ik nog heb om iets gezonds in elkaar te boksen.

Daarom probeer ik te anticiperen. Zo weinig mogelijk snoep in huis. En zorg ik ervoor dat er gezonde tussendoortjes zijn. En leg ik die ’s avonds ook klaar om mee naar school te nemen, zodat ik er ’s morgens niet over hoef na te denken.

Stressmomenten blijven een moeilijke voor mij. Na een moeilijk momentje op school, durf ik al eens naar een wafeltje te grijpen. Ik denk dan dat ik dat nodig heb om door die stress te geraken. Maar eigenlijk is dat helemaal niet zo – ik voel me er daarna alleen maar schuldig over. Op die momenten blijft het een uitdaging om aan de verleiding te weerstaan.

“De lerarenkamer staat meestal vol lekkers: snoep, taart, koekjes… Dat is elke keer die verleiding weerstaan.”

Idem in de lerarenkamer. Elke week hebben twee collega-leerkrachten er orde. Zij houden de boel netjes, zetten de koffie en zorgen voor iets lekkers voor tijdens de pauzes. Sommigen doen goed hun best: snoep, taart, koekjes, pannenkoeken. Da’s ook zo’n moment van verleiding. Daarom heb ik mijn goede voornemens met hen gedeeld. Dan is er een vorm van sociale controle. Mocht ik toch een cakeje pakken, kunnen zij mij erop aanspreken.

Enkele collega’s lieten me al weten dat ze met me gaan meedoen. Anderen vertelden dat zij bij hun orde ook gezonde alternatieven zouden voorzien. Speciaal voor mij. Dat vind ik super. Hopelijk ook een motivatie voor anderen om samen met mij gezonder te eten.

“Ik heb mijn sportbuddy echt nodig. Het stuk sociale controle, iemand die me motiveert”

Mijn coach vertelde me ook dat gezonder eten alleen niet genoeg zal zijn. Ik moet ook meer bewegen. Ik doe sowieso één keer per week Aqua Zumba, heel fijn om te doen. Ik heb nu ook met een vriendin afgesproken om om de week samen te gaan zwemmen. Zo is er weer die sociale controle. Als ik het alleen zou doen, ben ik sneller geneigd om eens over te slaan. Maar nu weet ik dat zij er al zijn op die dag en dat uur. Ook tijdens het zwemmen, houdt mijn sportbuddy mij scherp. Komaan, nog één baantje extra en dan gunnen we onszelf een pauze. Ik ga ook elke dag ook voor die 10.000 stappen. En als ik ’s avonds zie dat ik ze niet heb gehaald, maak ik een wandeling.”

“Hoeveel ik ben afgevallen, weet ik niet. Ik ben nog niet op de weegschaal gaan staan. Daar ben ik sowieso niet zo’n fan van! Maar mijn gevoel zegt me dat er nog geen kilo’s af zijn. Ik voel wel dat ik veel meer energie heb. Een serieus verschil met vroeger. Ik merk dat ik energie krijg van meer te bewegen. Dus neem ik me voor om één keer per week te fitnessen, hier thuis.”

Tot de volgende keer!