Ik weet het nu zeker: ik ben officieel geen roker meer. Uitgerekend na een slippertje kwam ik tot dat inzicht. Mijn goede voornemen is geslaagd!

Tijdens het uitgaan, dat is nog het enige moeilijke moment voor mij. Er is alcohol in het spel, veel rokende mensen rond me… en af en toe bieden die mij nog eens een sigaret aan. Dan moet je echt al sterk staan om neen te zeggen. Tijdens het uitgaan let ik dus extra op. Als ik buitensta met een groep rokers, hou ik mijn inhaler in de hand. Het is eigenlijk niet meer de nicotine die ik op dat moment mis, maar de gewoonte van die sigaret in mijn hand te hebben. Wordt het me toch te veel? Dan ga ik terug naar binnen. Of probeer ik heel bewust mijn gedachten te verzetten.

Mijn laatste slippertje is twee weken geleden. Maar dat slippertje was tegelijk een kantelmoment. Ik heb die sigaret na een paar trekjes uitgedaan. Ineens was die klik er. Op dat moment heb ik voor mezelf uitgemaakt: Ik heb dit niet nodig. Ik moet het niet meer. Ik rook niet meer. Gedaan ermee!

“Een stressmoment samen met een roker… En toch voelde ik de drang niet.”

Er is nog zo’n moment geweest: midden in de nacht viel mijn auto in panne. Het duurde lang voor de wegenhulp er was. En nog langer voor ik weer vertrokken was richting thuis, een rit van een paar uren. Een serieus stressmoment, maar toch was die drang naar een sigaret er niet. Terwijl ik iemand bij me had die er geregeld eentje opstak. Mijn rookstopcoach had me op voorhand gewaarschuwd voor zo’n momenten. Dat het risico dan hoger is dat dat verlangen de kop opsteekt. En toch kostte het me geen moeite.

Die twee momenten zijn voor mij het bewijs dat ik ervanaf ben. Ik zie mezelf ook niet meer als een roker: de drang naar een sigaret is weg. Van mijn nicotinepleisters ben ik ook al af: ik heb alleen nog een inhaler. Ik neem mijn tijd om daar afscheid van te nemen. Mijn coach heeft me ook gezegd dat er absoluut geen haast achter zit. Sommige ex-rokers vergeten ‘m op den duur vanzelf. Of raken ‘m kwijt en kopen er geen nieuwe.

“Het is geen opgave meer. Ik vind het normaal dat ik niet rook.”

Ik ben er dus van overtuigd dat het me gaat lukken. In het begin kostte het me moeite, ondertussen vind ik het normaal dat ik niet meer rook. Ik denk er ook niet meer bij na. Ik heb me al afgevraagd: waarom deze keer wél en die andere pogingen niet? Ik zie twee redenen.

Eén: mijn coach. Ik was veel beter voorbereid. Zij heeft me doen inzien dat abrupt stoppen geen zin heeft. Vroeger doofde ik van de ene dag op de andere mijn zogezegde laatste sigaret met de gedachte Nu stop ik er gewoon mee. Het is beter om geleidelijk aan af te bouwen.

Twee: de rookstopmiddelen. Of het nu tussen de oren zit of niet, mijn inhaler en pleisters hebben het lichamelijk een pak makkelijker gemaakt door de afkickverschijnselen te verzachten. Zodat ik me eerst op de emotionele link met de sigaret heb kunnen concentreren.

Ik heb mijn goede voornemen waargemaakt. Met ups en downs. Maar die mindere momenten ben ik doorgekomen: ik ben officieel geen roker mee. En een trage wegenhulp of iemand die me een sigaret aanbiedt, gaan daar geen verandering in brengen.